|
Ingrediënten:
1/2
spits of witte kool (ca 250 gram)
10 worteltjes
3 plakjes djahe
100 gram sperziebonen
7 1/2 dl water
2 middelgrote uien
1/2 a 3/4 dl slaolie
1 1/2 a 3 dl azijn
250 gram taugé
1/2 komkommer
1 potje zilveruitjes (330 gram)
1 eetlepel mosterd
Boemboes:
3 fijngemaakte kemirienootjes
3 flinke theelepels koenjit
4 theelepels suiker
2 theelepels knoflookpoeder
en
zout naar smaak
|
Bereiding:
Was
de kool, worteltjes en sperziebonen en snijd ze in lange dunne reepjes.
Zet dit op met water en laat het koken totdat de groenten halfgaar zijn.
Zet het vuur dan laag. Intussen fruit u de in ringen gesneden uien in
slaolie glazig. Voeg de boemboes erbij en fruit die mee. Roer dit goed
door en voeg het bij de groenten, die u verder op smaak brengt met
suiker, zout en azijn. Was de taugé en de komkommer en snijd de
komkommer (met schil) in plakjes. Voeg deze eveneens bij de groenten en
roer het geheel weer goed. Giet dan de inhoud van het potje zilveruitjes
(ook het zuur) erbij. Tot slot voegt u de mosterd toe. Roer het geheel
goed en laat het heel even koken. De groenten mogen niet al te gaar
zijn. Laat het gerecht afkoelen en serveer het koud. Atjar tjampoer kan
bij elke maaltijd worden geserveerd. Vindt u deze hoeveelheid te groot,
dan neemt u de helft van alle ingrediënten. Maar wanneer u dit gerecht
laat afkoelen en de helft in een goed afgesloten pot of plastic
schaaltje in de koelkast bewaart, is het ongeveer 1 1/2 a 2 weken
houdbaar.
Eet smakelijk.
|