|
Ingrediënten:
500 gram mager rundvlees
2 l water
2
middelgrote uien
3 teentjes knoflook
2 rode en 2 groene lomboks
1/2 kleine witte kool (ongeveer 250 gram)
100 gram sperziebonen
1 blik maïskolfjes (425 gram)
100 gram katjang tanah
1 eetlepel assem
Boemboes:
3 fijngemaakte kemirienootjes
3 blaadjes salam
2 plakjes laos
1 1/2 theelepel trassi
3 theelepels suiker
1 theelepel vetjin
zout naar smaak |
Bereiding:
Snijd
het vlees in lapjes (deze worden na het koken gebruikt voor dendeng
empal, zet het op met water en laat het ongeveer 2 uur
trekken voor een bouillon. Verwijder het vlees. Snijd de uien en
knoflook fijn en voeg deze met de boemboes toe aan de bouillon. Snijd de
lomboks schuin (als snijbonen) Was de kool en snijd hem grof. Was de
sperziebonen en breek ze doormidden. Voeg dit alles toe aan de bouillon.
Laat de bouillon goed heet worden. Laat de maïskolfjes uitlekken en voeg
ze eveneens toe. Kook intussen de katjang tanah ongeveer een half uur
apart in een pan met water. Giet daarna het water af en doe de katjang
bij de bouillon. Maak het geheel af met assem en laat alles ongeveer 15
minuten sudderen. De groenten moeten dan iets knapperig zijn, dus niet
al te gaar. Verwijder voor het op opdienen de blaadjes en laos.
Eet smakelijk.
|