Ingrediėnten:
4 plakken doorregen spek
4 eetlepels boter
2 panklare kippen van elk 500 gram
1 afgestreken theelepel zout
¼ theelepel peper
¼ kopje cognac
3 kopjes rode
wijn,
2 kopjes kippenbouillon (van tablet)
1 teentje knoflook
¼ theelepel
gedroogde tijm
1 laurierblad
8 sjalotjes
2 kopjes morieljes (uit blik)
1
eetlepel olie
1 eetlepel bloem
2 eetlepels gehakte peterselie. |
Bereidingswijze:
Snijd het spek in dunne reepjes, verwijder het zwoerd. Kook de reepjes spek een
paar minuten in wat water, giet ze af, laat ze onder koud water 'schrikken' en
laat ze uitlekken. Verwarm de helft van de boter, bak de reepjes spek hierin
lichtbruin, haal ze uit de pan en leg ze apart. Snijd de kippen in stukken. Bak
de stukken kip aan alle kanten in de hete boter van het spek en strooi er zout
en peper over. Voeg er de reepjes spek bij en laat alles op zacht vuur in een
gesloten pan 10 minuten stoven; schep het eenmaal om. Neem het deksel van de pan
en giet de cognac voorzichtig over de stukken kip. Beweeg de pan wat heen en
weer, zodat de cognac zich goed verspreidt. Giet zoveel rode wijn en
kippenbouillon over de kip dat alle stukken door het vocht zijn bedekt. Pers de
knoflookteen erover, voeg de tijm en het laurierblad toe en laat de kip op matig
vuur 30 minuten stoven. Schil de sjalotjes en snijd ze doormidden. Laat de
morieljes uitlekken. Verwarm de olie en stoof de sjalotjes 15 minuten op matig
vuur. Laat hierbij de morieljes warm worden. Haal de stukken kip uit de pan en
houd ze warm. Kook de saus in een open pan tot ongeveer 2½ kopje in. Smelt de
rest van de boter, strooi de bloem erover en roer deze door de boter. Haal het
laurierblad uit de saus en roer de bloem met boter door de saus. Leg de stukken
kip, de sjalotjes en de paddestoelen in de saus en maak alles nog eens goed
warm, zonder te koken! Strooi er tenslotte wat peterselie over en serveer de kip
in de pan
Eet smakelijk. |